CAIRO. THE WIND HAS CHANGED

Hoofdpersonage Stella, uitgezonden als correspondent in het Midden-Oosten om verslag te leggen van de Arabische Lente, heeft een paar nare kantjes, that much I know. Zand belooft net als Zhongguo een gelaagde avonturenroman te worden. Op de achtergrond spelen thema’s als vrijheid & revolutie. Ik zit te broeden op een verhaallijn. Die krijgt vorm, maar die deel ik pas als het boek klaar is. ;)

Wel kan ik verslag doen van de reis zelf. Aan inspiratie geen gebrek. Ik ben vanuit ons aangeharkte kikkerlandje rechtstreeks gekatapulteerd in een brij van idealen, paradoxen en contrasten, bevolkt door prettig en minder prettig verknipte karakters. And I love it. Cairo is in staat van opwinding, hoop, blijdschap, verwarring en angst. Niets is wat t lijkt en cynisme is gemakkelijk.

De vers bevochten vrijheid heeft allereerst tot een losgeslagen boel geleid, en dat wringt nogal met de veiligheid op straat. Sociale controle is afgebroken, politie timide en onvoorspelbaar. Vooral vrouwen zijn momenteel de dupe. Seksuele intimidatie bij elke stap die je zet, mannen racen met luide muziek door stad en maken tussen de auto’s door kunstschaatsfiguren. Onderdrukte seksuele gevoelens, trauma’s, gebrek aan scholing/reflectie op eigen gedrag en gewoon hoge doses testosteron.

Ik kan/durf moeilijk alleen over straat. Ik ken de weg nog niet goed en ik wil in geen geval verkeerd lopen, waarna ik aarzelen en moet heroriënteren. Hoofddoek of geen hoofddoek maakt niet uit. Ik ben wellustig vlees, als ik een man aankijk is de onmiddellijke respons een opgewonden blik, schuine opmerking, een houding die uitstraalt dat de man klaar is om zijn handen in mijn vlees te zetten. Ik doe kleine stukjes wel alleen over straat, bijvoorbeeld naar de supermarkt en terug. Ik kijk naar star voor me uit, maar kijk stiekem zoveel mogelijk links en rechts. Ben continu op mijn hoede: Wie lopen er met me in de straat? Houden ze afstand? Zeer vermoeiend, zeker in een drukkende stad vol smog, maar het ging. De yoghurt staat in de koelkast.

Mijn residency-hostess Linda, een eigenzinnige Britse dichteres, organiseerde dag twee na aankomst in haar huis een welkomstsalon The Wind has Changed. Wat een geschenk! Ik werd voorgesteld aan lokale schrijvers, kunstenaars en professionals, een arts, IT-engineer. Jong en oud. Een netwerk ready and willing to be plucked, poked, te worden doorgezaagd over elk aangedragen onderwerp. Aan mijn oproep om met ieder thee te drinken in plekken all over Cairo, om te praten over visie en persoonlijke ervaringen is dan ook alom gehoor gegeven. Sindsdien heb ik een volle agenda en word ik als een dierbaar pakketje van de ene bijzondere persoon naar de andere overgeheveld.

Nog geen piramide gezien. Wel: vaartochtje langs uitgebrande overheidsgebouwen; wandelingen over Tahrirplein tijdens protesten die Morsi aan zijn beloftes moeten houden, namelijk vrouwenrechten eren; graffiti bekeken: ‘Morsi, waar is het brood?’ ‘Los het verkeer op’; ik ben meegenomen naar een afvalverwerkingsdorp; ik zag modern toneel; een soefi dans en een drugged-out Syrische rockband.

Aantal groping incidents: 1.

Ín een Koptische kerk vroeg een keurig ogende Christelijke huisvader, aan zijn hand 6-jarig zoontje, of ik met hem op foto wilde. Een voorbijganger richtte zijn camera op ons. Mijn mannelijke gezelschap, Egyptische arts G., stond links van mij, hij rechts en plots voelde ik de hand van de huisvader over mijn bil, en dat was niet per ongeluk. Ik stond zo perplex, dat ik alleen wat terugdeinsde en wegliep. De hele dag op je hoede en die zie je dan niet aankomen. Ik had net daarvoor een discussie met G., die vond dat ik wel wat overdreef en de meeste Egyptische mannen me nooit zouden aanraken. Hij wilde nu ter plekke sterven van schaamte.

Toneelschrijver M. nam me mee naar Tahrirplein. Bij een muur, gestapeld uit grote betonnen blokken, vertelde hij over de revolutie. ‘De opstand kwam niet plotseling. Al weken waren mensen aan het protesteren, maar op het moment dat Mubarak internet afsloot, gingen burgers zich naar het centrale plein van Cairo. Burgers, gezinnen, picknick-sfeer met een doel: eensgezind, opgetogen en vastberaden. We voelden ons Egyptenaren, één met elkaar. Voor het eerst in ons leven hadden we onze angst losgelaten. Mubarak zette het leger in. Maar het leger, dat ís het volk. Dat zijn onze broeders, familieleden, vrienden.’ M. wees naar de muur. ‘Wij stonden aan deze kant op straat. De soldaten stonden tegenover ons, voor het regeringsgebouw, waar nu de muur staat. Weifelend, angstig. Ze luisterden naar ons. We hadden hoop dat de opstand geweldloos kon eindigen. Maar opeens sloeg de sfeer om. Achter ons agressie. Mubarak betaalde groepen criminele mannen om de sfeer van hoop te doorbreken. De soldaten kregen opdracht om opstandelingen neer te schieten. Een soldaat vuurden met verstand op nul, andere soldaten huilden… En vuurden ook. Sommige soldaten schoten met rubberen kogels op onze ogen. Dat zijn nu de blinde mensen die je in de stad aan de arm van een vriend ziet lopen. Mijn vriend naast me stortte neer. Zijn nek bloedde. Ik sleepte hem naar de zijkant van de straat, maar hij was al dood.’

We liepen door naar een café nabij Tahrirplein waar bier geschonken wordt. Ik herkende de straat en was al meer op mijn gemak. Het was al tegen middernacht, maar er waren vrouwen op straat. De sfeer was rustig, vriendelijk zelfs. Ook wellicht omdat ik nu naast een man liep, waardoor andere mannen minder aandacht voor je hebben. Je ‘hoort’ bij hem. M. werd aangesproken door mannelijke vrienden, ze schudden elkaars handen, zoenen en omhelsden elkaar. Ik bestond niet. Het is bedoeld als respectvolle consideratie wist ik inmiddels, maar dat bood weinig troost. Een leven met zoveel beperkingen in de publieke sfeer zou ik, denk ik, niet lang vol kunnen houden. Mijn kersverse Egyptische vrienden en vriendinnen drukken me op het hart dat het extreme vrouwonvriendelijke gedrag voor de revolutie niet zo was en hopen van harte dat het gaandeweg de hervormingen in nieuw Egypte opnieuw weer veilig wordt.

Afijn, nieuwe kwestie die ik M. voorlegde: De islam. Heeft de revolutie nou ruim baan gegeven voor de fundamentalisten?

‘Dat is overdreven. Egypte is spiritueel, kleurrijk, we houden van soefidansen en accepteren andersdenkenden. Zo is het altijd geweest en dat zal altijd zo blijven. De kunsten, die onder Mubarak niet zichtbaar waren, zijn nu overal. Underground is nu boven. Theaterfestivals, films, dichtavonden. We vieren dat we vrij zijn, zelfexpressie. De geest is uit de fles. Die kan niet meer terug.’

‘Het gedachtengoed van de rechtlijnigen, de Salafisten is niet Egyptisch. Is hier gekomen in de jaren 1980, toen veel arbeiders in Saudi-Arabie gingen werken (SK: google maar ‘Wahabieten’ als je meer wilt weten, of lees Diep in Arabië van Marcel Kurpershoek). Ze kwamen terug, als kostwinner, hoofd van het gezin, en droegen de rest van de familie op zich aan de nieuwe regels te houden. Het is niets dan uiterlijkheden, jezelf bedekken, baardgroei, regels volgen die niets te maken hebben met je eigen moraal, alleen gericht op correctie van moraal van de ander.’

‘Zijn er veel Salafisten in Cairo? vroeg ik.

‘Niet zoveel,’ zei M. ‘Ik denk een miljoen ofzo.’

Geen idee of zijn inschatting klopte. Hij doelde waarschijnlijk aanhangers Salafisten & Moslim Brotherhood samen. Maar het antwoord is confronterend: Ik ben in een stad met 18 tot 20 miljoen inwoners. Meer dan in heel Nederland. Maar wat fundamentalisten betreft blijft t gissen. Niemand weet hoeveel Salafisten er zijn en hoe diep de overtuiging gaat. In het straatbeeld in ieder geval weinig zwarte tenten. De doctrine wordt door de meeste Egyptenaren sterk afgewezen, gezien als niet-Egyptisch

We gingen de volgende dag naar een theaterstuk dat de rol van de media aan de kaak stelde: Wat is echt, wat niet. Een foto in de media is maar 1 foto, maar kan sterk de beeldvorming sturen. Er zijn veel geruchten, verspreid door mensen met onduidelijke politieke motieven. Hoe krachtig is de Islamistische stroom? Hoe goed klopt de informatie die we krijgen? Wat is verankerd in de grondwet en wat niet? Hoeveel doden zijn er tijdens de opstand gevallen? Ligt Mubarak wel in het ziekenhuis? Niets is transparant, maar de vragen liggen op tafel.

Veel gesprekken hebben hetzelfde verloop: ‘We protesteerden tegen het oude regime. Tegen de corruptie. Voor vrijheid, gelijkheid. Macht aan het volk.’

Hoe gaat het stelsel van representatie eruit zien? Democratie, meerpartijenstelsel?

‘We willen eigen baas over ons leven zijn. Een overheid die zorgt voor beter onderwijs, betere gezondheidszorg. Geen neoliberale toestanden.’

‘Wat we van Morsi vinden? Hypocrisie ten top. Het gaat hem om de macht, om het geld. Hij doet niks voor het volk. Geen plannen voor onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur. Maar wat moesten we dan? Op afgevaardigden van het oude regime stemmen?’

Ik bespeur overeenkomsten met de Occupy-beweging: Het is duidelijk waar mensen tégen zijn, maar de idealen zweven. Er is geen concreet plan en er zijn geen leiders. Idealen glippen als zand door je vingers, zeker in een land waar de meerderheid slecht of nauwelijks onderwijs heeft genoten en zich laat leiden door populisme en tradities van de buitenkant.

error: Content is protected !!
Share This