SASKIA KONNIGER

 

ANALYSE INDIA - PAKISTAN

Reformatorisch Dagblad. 14 maart 2019 

Relatie India en Pakistan blijft kwetsbaar

Door: Saskia Konniger




















Een meisje maandag bij de begrafenis van een Pakistaanse Kasmiri die door Indiaas vuur zou zijn gedood. beeld AFP, Aamir Qureshi



De nucleaire grootmachten India en Pakistan stonden de afgelopen weken op scherp. Een zelfmoordaanslag in Kashmir op een Indiaas konvooi bracht de verhouding tussen de landen tot een kookpunt. Het conflict is in de kiem gesmoord, maar de wortel van het probleem is niet weg. En daarmee ook het gevaar niet.

Bij de aanslag op 14 februari vonden veertig Indiase soldaten de dood. De vanuit Pakistan opererende terreurgroep Jaish-e-Mohammad (JeM) eiste de verantwoordelijkheid op. India viel een –nog onbevestigd– JeM-trainingscentrum aan, waarmee het land zich voor het eerst sinds de oorlog van 1971 op Pakistaans grondgebied begaf.

Pakistan schoot vervolgens een gevechtsvliegtuig neer en nam de piloot gevangen. Oproepen tot wraak klonken, maar uit angst voor verdere escalatie haalden de autoriteiten aan beide zijden uiteindelijk toch bakzeil. De Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië maanden tot kalmte en riepen Pakistan op om de piloot vrij te laten. Iedereen haalde opgelucht adem toen premier Imran Khan hem enkele dagen later aan India overdroeg.

Maar de situatie is verre van opgelost. Kashmir ligt als een tikkende tijdbom tussen de twee aartsvijanden in. Het gebied is sinds de opdeling van Brits-Indië opgesplitst in een Pakistaans en Indiaas deel. Beide landen claimen echter de hele staat.

Hoewel premier Khan heeft verklaard dat hij vrede nastreeft, blijft Pakistan in gebreke bij de aanpak van jihadistische activiteiten op zijn grondgebied. Zo zijn inmiddels wel enkele leden van JeM opgepakt, maar weigert het land JeM-leider Masood Azhar te arresteren. „Vanwege gezondheidsredenen”, verklaarde Shah Mahmood Qureshi, de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken in een interview met CNN.

Rol China

Al in 2016 diende India bij de VN-Veiligheidsraad het verzoek in om Azhar tot „mondiale terrorist” te verklaren, zodat zijn bezittingen worden bevroren en hij een reis- en wapenverbod opgelegd krijgt. Maar tot dusver ligt China dwars door zijn veto uit te spreken. Het land blokkeerde woensdag in de VN-Veiligheidsraad voor de vierde keer in tien jaar een dergelijk stempel voor Azhar. Druk van landen als de Verenigde Staten, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland konden China niet vermurwen.

Analisten, onder wie Jeff Smith van de Amerikaanse denktank The Heritage Foundation, constateren een toenemende militaire invloed van China op Pakistan. Die hangt mede samen met de China-Pakistan Economische Corridor– onderdeel van een mondiaal Chinees handelsnetwerk. Militair heeft China ook belangen in de regio. „Een Chinese militaire basis bij een bestaande overslagplaats in het Pakistaanse Gwadar zou voor China een waardevolle uitvalsbasis in de Indische Oceaan betekenen”, aldus Smith tegenover de BBC.

Nieuw India

De escalatie heeft licht geworpen op een nieuw, zelfbewust en hypernationalistisch India. Door zich op Pakistaans grondgebied te begeven heeft president Narendra Modi getoond dat hij bereid is om „risicovol te reageren op Pakistaanse terroristische provocaties”, aldus Alyssa Ayres, onderzoeker bij de Amerikaanse Raad van Buitenlandse Betrekkingen, aan nieuwsagentschap Bloomberg.

Ook in Kashmir zelf heeft India sinds het aantreden van Modi in 2014 een hardere lijn ingezet. Volgens een VN-rapport uit 2017 schendt India er de mensenrechten, net als Pakistan overigens. Zo worden in het Indiase deel opstanden hard neergeslagen. Het zijn vooral jongeren die de straat op gaan om te strijden voor een onafhankelijk Kashmir of in een jihadistische boodschap geloven.

Hoewel India de conclusies van het VN-rapport ontkent, is vastgesteld dat er sinds 2014 niet alleen meer jihadisten zijn gedood, maar dat ook het aantal burgerslachtoffers en gedode Indiase soldaten is toegenomen. Het repressieve beleid is contraproductief, stelt onder anderen India-kenner Christophe Jaffrelot. Het leidt volgens hem tot meer interne radicalisering. Zo was de zelfmoordterrorist van 14 februari een geradicaliseerde Indiase Kashmiri.

Critici beschuldigen Modi ervan het conflict te gebruiken om zijn positie als „sterke leider” te verstevigen en hindoenationalistische sentimenten te versterken. In de nasleep van het conflict nam het geweld tegen Indiase moslims toe.

Modi zou de situatie bovendien aangrijpen om kritiek te smoren. Twijfel over het slagen van de luchtaanval bestempelde hij als „antinationaal gedrag.” Indiase woordvoerders verklaarden dat bij de luchtaanval 300 jihadisten waren gedood. Maar persagentschappen, zoals Reuters, hebben slechts een kapot gebouw en één burgerdode kunnen vaststellen. Met de nationale verkiezingen in april en mei in het vooruitzicht zal deze toon waarschijnlijk niet veranderen.

Het goede nieuws is dat zowel India als Pakistan op een precair moment hebben gekozen voor de-escalatie. Maar een duurzame oplossing ligt in demilitarisering en onderhandelingen.