SASKIA KONNIGER

 

VAARWEL INDIASE OLIFANT

De Indiase regering grijpt de coronacrisis aan om tijger- en olifantenreservaten in rap tempo om te bouwen tot industriële complexen. 291 Indiase wetenschappers en milieuactivisten laten het er niet bij zitten.

juni 2020. One World Magazine

VAARWEL INDIASE OLIFANT, HALLO OLIEBOREN


De Indiase regering grijpt de coronacrisis aan om tijger- en olifantenreservaten in rap tempo om te bouwen tot industriële complexen. Wildlife comités krijgen niet de kans in te grijpen. 291 Indiase wetenschappers en milieuactivisten laten het er niet bij zitten.

 08-06-2020 Leestijd: 5 minuten


Juist tijdens de lockdown viel op hoe ernstig de vervuiling normaal gesproken is in India. Indiërs genoten volop van de schonere rivieren en blauwe luchten. Maar in plaats van dit moment aan te grijpen om structureel iets aan de ernstige milieuvervuiling te doen, koos premier Narendra Modi voor een andere weg.

In april en mei, tijdens de lockdown die op 24 maart inging, heeft het Indiase ministerie van Milieu, Bosbouw en Klimaatverandering (MoEFCC) via speciaal daarvoor ingerichte videoconferenties vergunningen toegezegd om te boren, graven en bouwen in ruim dertig beschermde natuurgebieden. Verplichte inspraakrondes werden versneld, waardoor adviesorganen zoals het Nationale Comité voor Wildlife (NCW) en het Bosbouw Adviescomité weinig kans hadden om hun bezwaren kenbaar te maken. Een hele lijst tijgerreservaten, olifantenparken en andere bijzondere natuurgebieden hebben met één pennenstreek hun bescherming verloren. Een groep van 291 Indiase wetenschappers en milieuactivisten trok aan de bel en schreef een brandbrief aan Milieuminister Prakash Javadekar.


10 MINUTEN PER AANVRAAG

“De minister jaagt deze vergunningen door het systeem, juíst in een tijd dat we met de neus op de gevolgen worden gedrukt als we niet zorgvuldig met de natuur omgaan”, zegt de gepensioneerde Asad Rahmani, een van de ondertekenaars van de brief en voormalig directeur van de Bombay Natural History Society. In drie online zittingen zijn in totaal 47 vergunningen goedgekeurd, aldus online magazine Mongabay.

De expertpanels die bij wet geraadpleegd moeten worden kregen maar tien minuten per project. Ze hadden amper tijd zich voor te bereiden, laat staan tijd om de gebieden te bezoeken – wat officieel wél verplicht is. De snelheid en wijze waarop de reeks vergunningen tot stand kwam, ontnam ook de bewoners van de gebieden, veelal zogenaamde Adivasi, ofwel oorspronkelijke gemeenschappen, de mogelijkheid om te protesteren. De besluiten zijn genomen op basis van documenten van de aanvragers zelf, de mijnbouw- en projectontwikkelaars.

“Ik zat tien jaar in het Nationale Wildlife Comité”, vertelt Rahmani aan de telefoon. In zijn tijd bestond het comité uit twaalf experts; nu nog maar drie. “De afgelopen zes jaar, onder voorzitterschap van premier Modi, komen ze amper nog samen, terwijl 93 procent van de aanvragen de laatste jaren zijn goedgekeurd. Het heet nog wel ‘Het Nationale Wildlife Comité’, maar dat zijn lege woorden geworden.” Dat was in de dagen van het premierschap van Manmohan Singh wel anders, vertelt Rahmani. In die regeerperiode (2004-2014) zag hij wel oprechte interesse voor het beschermen van de natuur. “Er was ruimte voor tegenstand. Aanvragen werden aangepast of afgekeurd. Begrijp me niet verkeerd, we zijn niet tegen economische ontwikkeling, maar dat kan niet ten koste van cruciale natuurgebieden gaan.”


ER KOMT STRAKS EEN WATERKRACHTCENTRALE IN DE DIBANG VALLEI, EEN VAN DE MEEST BIODIVERSE NATUURGEBIEDEN VAN DE WERELD


‘Onze beschermde natuurgebieden, slechts 4 procent van de totale geografische oppervlakte, zijn de laatste gebieden waar wilde dieren ongestoord kunnen leven’, stelt Kishore Rithe, ook een voormalig lid van het Nationale Wildlife Comité, in The Hindustan Times. ‘Toekennen van dit soort vergunningen moet de allerlaatste optie zijn.’

Toch komt er straks een waterkrachtcentrale in de Dibang Vallei in deelstaat Arunachal Pradesh, een van de meest biodiverse natuurgebieden van de wereld. Er zullen twee grote dammen, tunnels, pijpen en een ondergronds industrieel complex gebouwd worden. 280.000 bomen moeten plaatsmaken voor een wegennetwerk. Er is groen licht gegeven voor een verkenning om uranium te mijnen in het Amrabad tijgerreservaat in Telangana. Ook zijn er vergunningen uitgegeven voor exploitatie van diamantmijnen, steengroeves en olieboren, allemaal in of nabij beschermde natuurgebieden door het land.


‘ZELFVOORZIENEND INDIA’

Na een periode van economische groei, die sinds de jaren 90 miljoenen Indiërs uit de extreme armoede haalde, is India sinds de lockdown in een diep economisch gat gevallen. In een poging het tij te keren, kondigde premier Modi op 12 mei een economisch hulppakket aan. Het pakket ging gepaard met de slogan Atmanirbhar Bharat Abhiyan, ‘Zelfvoorzienend India’.

Het idee van Modi: de Indiase economie moet minder afhankelijk worden van het buitenland. Er komen investeringen in bouwprojecten en infrastructuur en de overheid zal doorgaan met de privatisering van publieke voorzieningen, zoals de verkoop van luchtvaartmaatschappij Air India. Ook zet de regering in op exploitatie van natuurlijke grondstoffen. Maar de meeste winst komt vooralsnog terecht bij een invloedrijke bovenlaag. Zo is bijvoorbeeld de zandmijnindustrie notoir corrupt.


EEN BEDRIJF VOOR STEENKOOLWINNING HEEFT TOESTEMMING GEVRAAGD OM STEENKOOL TE DELVEN IN HET DEHING PATKAI OLIFANTENRESERVAAT


De reeks nieuwe vergunningen past in dit plan, maar voorspelt weinig goeds voor het tegengaan van milieuvervuiling. India is een van de meeste vervuilde landen ter wereld. 80 procent van alle oppervlaktewater is vervuild en de tien meest luchtvervuilde steden ter wereld liggen in India. Zo heeft een onderaanneming van het Indiase staatsbedrijf voor steenkoolwinning, North Eastern Coalfields (NEC), toestemming gevraagd om steenkool te delven in het Dehing Patkai Olifantenreservaat in deelstaat Assam, een zeer vervuilende activiteit.

Volgens activisten is NEC echter al jaren illegaal bezig. Toestemming – die nu nog niet definitief is gegeven – zou een verbloeming betekenen van reeds gepleegde misdaden en nog meer vervuiling, verstoring van beschermde olifantenpaden en verdere afkalving van het tropische ecosysteem opleveren. Afgelopen dinsdag kwam naar buiten dat de gerenommeerde bioloog en olifantenexpert Raman Sukamar de Indiase Milieuminister ook een brief heeft gestuurd, waarin hij meldt dat de vergunning voor NEC tot stand is gekomen op basis van onjuiste informatie. Hij vraagt de minister geen toestemming te geven voor delving. Voor zover bekend is er nog geen reactie op de brief gekomen. Een activist die ook met deze zaak bezig is, heeft regelmatig te maken met intimidatie, en moest daardoor zijn medewerking voor dit artikel intrekken, om lopende zaken niet in gevaar te brengen.

ECONOMISCHE ONTWIKKELING TEN KOSTE VAN DE NATUUR

Hoe wrang de timing van de vergunningen is viel ook andere Indiase opiniemakers en natuurexperts op. Gezien de neoliberale koers van de huidige regering lijkt de brandbrief weinig uit te halen, vreest ook columnist Nidhi Adlakha. In de Indiase krant The Hindu schreef zij: ‘Als deze pandemie ons iets leert, dan is het wel dat we de aarde juist met zorg moeten behandelen. We moeten ons realiseren dat menselijk handelen de oorzaak is van deze fundamentele crisis. Maar ik vrees dat deze crisis geen einde zal vinden totdat de huidige leiders zijn opgestapt. Als deze vergunningen doodleuk worden uitgegeven, wat is dan onze kans op een gezond post-coronascenario?’

Ook wildlifebioloog Ravi Chellam sprak zich uit. Tegen The Hindustan Times zei hij: ‘Het is onvergeeflijk dat onze regering blijft inzetten op een economische ontwikkeling die de natuur vernietigt. Vooral omdat er genoeg bewijs is dat er allerlei duurzamere economische mogelijkheden zijn.’


ALS WE HET HABITAT VAN WILDLIFE NIET BESCHERMEN, VERNIETIGEN WE ONSZELF


“Als wildlife wordt vernietigd, vernietigen we onszelf”, zegt Asad Rahmani aan de telefoon. “We moeten India ontwikkelen op een manier die de natuur in tact houdt. We kunnen juist onze lessen trekken van plekken op de wereld, zoals heel Europa, waar het wildlife al is uitgeroeid. Wij hoeven niet datzelfde pad op te gaan. Wij kunnen ons nog economisch ontwikkelen mét behoud van de natuur. Maar dan moet natuur wél een prioriteit in het beleid zijn en geen bijproduct. De regering moet manieren vinden waarbij economische ontwikkeling samengaat met het beschermen van de natuur. Daar hebben we zelf baat bij. Kijk, als we de rivier vervuilen, heeft niet alleen de vis er last van. Het treft ons ook zelf. Als we hun habitat niet beschermen, vernietigen we ook onszelf. Dus juist om vooruit te komen, moeten we de natuur beschermen.’