SASKIA KONNIGER

 

Coronavirus en ontbossing. One World. Maart 2020. 

IS CORONA DE PRIJS DIE WE BETALEN VOOR ONTBOSSING?

De oorzaak van corona? Dat was toch iets met een vleermuis, zul je zeggen. Maar dat is niet het hele verhaal: een van de belangrijkste oorzaken van de toename van infectieziekten die van dier op mens overgaan, is ontbossing.

Saskia Konniger











 25-03-2020 Leestijd: 6 minuten


Tussen alle verontrustende coronavirus-berichten verscheen een ‘grappig’ bericht op sociale media. In de Chinese provincie Yunan lagen twee olifanten op hun zij met hun billen tegen elkaar in een groenteveld. Volgens de bijgaande tekst lagen de dieren hun roes uit te slapen. Ze waren met een groep van veertien olifanten een dorp binnengegaan op zoek naar voedsel en hadden dertig liter maïswijn gedronken. Dikke pret.

Maar is het wel zo grappig? Indiase media berichten bijna elke week over niet zo fortuinlijke ontmoetingen tussen wilde dieren en mensen. Zo circuleerde een tijdje terug een video van een olifant die gewond op de rails lag. Het dier was aangereden door een trein en probeerde vergeefs op te staan. Ook zijn er regelmatig berichten over dorpelingen die een tijger doden, omdat die rond hun dorp zwierf. Of andersom, een bericht over een Indiase boer die is gedood door een tijger.


VAN ALLE NIEUWE INFECTIEZIEKTES VAN DE LAATSTE TIEN JAAR KOMT 75 PROCENT VAN DIEREN


Vooral in Azië, maar ook in andere delen van de wereld, zoals in het Amazonegebied, wordt het leefgebied voor wilde dieren steeds kleiner. Oftewel, mensen claimen meer en meer ruimte. We begeven ons vaker in afgelegen gebieden door wegen aan te leggen in natuurgebieden, door mijnbouw, door uitdijende steden en bevolkingsgroei. Daardoor komt de mens vaker in contact met wilde dieren. Dat speelt een rol in de toename van zoönosen: infectieziekten die van dier op mens overgaan.

Het is al langer bekend dat direct contact met wilde dieren door beten, steken en met uitwerpselen, kan leiden tot ziekten. Zo wordt de hiv-epidemie gelinkt aan contact met apen (waarschijnlijk omdat ze werden opgegeten) en werd ebola veroorzaakt door het eten van vleermuizen. Maar het aantal infectieziekten dat door dieren wordt overgedragen op mensen neemt toe; van alle nieuwe soorten die de laatste tien jaar zijn opgekomen, is maar liefst 75 procent afkomstig van dieren. Zo ook het coronavirus, waarvan de meeste wetenschappers denken dat het is ontstaan op een wildedierenvleesmarkt in de Chinese stad Wuhan. Doordat de dieren in verzwakte toestand dicht op elkaar werden gehouden, was het een broeinest van virussen die, in dit geval vermoedelijk door vleesconsumptie, konden overgaan op de mens.



ELITAIRE BEZIGHEID

De markt in Wuhan is inmiddels gesloten en China heeft handel en consumptie van wilde dieren voorlopig verboden, maar voor veel experts is dit niet afdoende. Zo benadrukte tijgerexpert Valmik Thapar in de Indiase krant The Hindustan Times hoe belangrijk het is het leefgebied van wilde dieren in India te beschermen. Iets wat onvoldoende gebeurt. Hij uitte zijn frustratie over de laksheid van de overheid. Zo is de Indiase premier Modi voorzitter van de National Board of Wildlife, maar de afgelopen jaren heeft daarvan geen enkele vergadering plaatsgevonden. Ook deed de expert een beroep op het bedrijfsleven. ‘Onze zakenmensen moeten beseffen dat het geen elitaire bezigheid is om wilde dieren en hun habitat te beschermen. Stop met natuur vernietigen. Anders betalen we een hoge prijs’, schrijft hij.

Ook een andere groep liet van zich horen. Op 13 maart trokken leiders van de Internationale Alliantie van Oorspronkelijke Volkeren in New York aan de bel. ‘Het coronavirus bevestigt wat wij al duizenden jaren benadrukken’, zei Levi Sucre Romero van de BriBri uit Costa Rica volgens persbureau IPS. ‘Wanneer we de natuur en vooral de biodiversiteit niet beschermen, zullen we meer van dit soort pandemieën tegemoetzien.’ De leiders benadrukten om die reden het belang van de strijd tegen ontbossing en bekritiseerden landbouwmultinationals die oerwoud kappen voor grootschalige veehouderij en soja- en oliepalmplantages. Ook de Verenigde Naties onderschrijven die link tussen een toename van infectieziekten en ontbossing voor monocultuur, in een rapport uit 2016. Deel van de oplossing: de rechten van oorspronkelijke bewoners versterken, aldus David Ganz van het Centrum van Volkeren en Bossen in Bangkok, tegenover persbureau Reuters.


IN DEZE OMSTANDIGHEDEN ZAL BINNEN ENKELE DECENNIA EEN KWART VAN ALLE DIEREN EN PLANTEN UITSTERVEN


In de gebieden van oorspronkelijke bewoners is het verlies van biodiversiteit het kleinst, blijkt uit een veelgeciteerd rapport uit 2019 van het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosystemen (IPBES). Elders, waar het landschap door urbanisatie, wegen, mijn- en landbouw is veranderd, is de situatie niet best: in de huidige omstandigheden zal binnen enkele decennia een kwart van alle dieren en planten uitsterven – een miljoen soorten dus. De wereldwijde biodiversiteit neemt het sterkst af daar waar het landschap door menselijk ingrijpen is veranderd. Boskap en -branden vernietigden in 2018 volgens Global Forest Watch 12 miljoen hectare bos, met name in Brazilië, Indonesië en Maleisië (de cijfers van 2019, een jaar met wereldwijd veel bosbranden, zijn nog niet bekend).


VAN BOSKAP NAAR ZIEKTE

De directe link tussen boskap en het ontstaan van zoönosen wordt de laatste jaren door steeds meer wetenschappers gelegd. Kate Jones, hoofd ecologie en biodiversiteit aan de Universiteit van Londen, stelt dat de vleermuizen die het ebolavirus op de mens overbrachten door boskap naar de dorpen in de buurt trokken en zich onder dakranden en in holle bomen vestigden. De dorpelingen aten ze vervolgens op. En wetenschappers van de Universiteit van Florida vonden in de jaren 90 al bewijs dat malariamuggen goed gedijen in de ondiepe poelen die ontstaan na boskap. Een derde voorbeeld: in Liberia bleken oliepalmplantages, waar oerwoud voor was gekapt, een feest voor bosmuizen. Massaal trokken ze uit het oerwoud naar de plantages en namen het voor mensen dodelijke lassavirus mee.

Rohini Chaturvedi, Indiase milieuwetenschapper en voorzitter van het Indiase Bos- en Landschapherstelprogramma, benadrukt aan de telefoon het belang van biodiversiteit voor onze weerbaarheid tegen ziekten. “Landbouw in een bosrijke omgeving heeft veel voordelen; in het diverse ecosysteem zijn landbouwgewassen veel weerbaarder dan in een situatie van monocultuur. En bossen bevorderen een goede grondwatervoorziening. Bovendien verliezen we bij boskap bijzondere medicinale planten. Zo zijn in Madagaskar in 2018 elementen gevonden in een plant die belangrijk zijn in de strijd tegen kanker.


Wetenschapper Kate Jones gaat nog een stap verder. Ze onderzoekt niet alleen hoe de inperking van het leefgebied van dieren tot een toename in zoönosen leidt. Ook kijkt ze hoe de afname in biodiversiteit het opkomen van nieuwe infectievirussen bevordert. ‘Hoe meer het ecosysteem is verschraald, hoe groter de kans is dat de overgebleven diersoorten meer ziekten dragen die op de mens overgedragen kunnen worden’, zei ze onlangs tegen The Guardian.


MALARIA DREIGT IN ZUID-EUROPA EEN LOKALE ZIEKTE TE WORDEN;

DE MALARIAMUG VOELT ZICH ER DOOR DE TEMPERATUURSTIJGING VAKER THUIS


“Ik weet niet of dit al bewezen is”, reageert milieuwetenschapper Chaturvedi. “Maar het verbaast me niets als dat het geval zou zijn. Het lijkt me logisch dat in een aangetast ecosysteem infectieziekten minder weerstand ondervinden en daarom goed gedijen.”

Ook de opwarming van de aarde speelt een rol, vreest onderzoeker Carlos Zambrana-Torrelio van de organisatie Ecohealth Alliance. Hij bestudeert net als Kate Jones de samenhang tussen ecologische verstoringen en de toename van zoönosen. Dieren die voorheen in tropische gebieden bleven, verplaatsen zich steeds vaker naar niet-tropische plekken waar de temperatuur is gestegen en nemen ziekten mee waar de mens geen weerstand tegen heeft. Zo dreigt malaria in Zuid-Europa een endemische – lokale – ziekte te worden, omdat de malariamug zich er door de temperatuurstijging vaker thuis voelt.


ZIEKTE X

Voor wetenschappers in dit veld is de ernst van de situatie al lang helder. De Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) heeft in 2015 wetenschappers de opdracht gegeven om een plan klaar te maken voor de onvermijdelijke ‘Ziekte X’. Bekende besmettelijke zoönosen zoals ebola, zika en het lassavirus worden door de WHO scherp in de gaten gehouden. Maar de organisatie wilde zich ook – met protocollen – voorbereiden op nog onbekende zoönosen, ‘Ziekte X’, die zich zouden kunnen ontwikkelen en zich bijvoorbeeld via luchtwegen in een rap tempo en wereldwijd onder mensen zouden kunnen verspreiden. Zo riep de WHO volgens het protocol op 12 februari dit jaar experts uit de hele wereld bijeen om maatregelen te bespreken tegen de verspreiding van het coronavirus en onderzoek naar een vaccin te stroomlijnen. Het coronavirus is zo’n ‘Ziekte X’ en was dus geen verrassing. Maar in een wereld waar mensen zich op grote schaal verplaatsen is voorkoming van pandemieën ongelofelijk moeilijk.


ALS WE ONZE LEEFSTIJL NIET VERANDEREN, ZAL ONZE KWETSBAARHEID VOOR INFECTIEZIEKTEN TOENEMEN


En nu zet het coronavirus de wereld op haar kop. Er zal een vaccin komen, maar het virus zal niet de laatste ‘Ziekte X’ zijn. De toename in het aantal zoönosen is een feit. Als we onze leefstijl, en vooral onze relatie met de natuurlijke omgeving niet veranderen, zal onze kwetsbaarheid voor infectieziekten toenemen. Maar wellicht wordt het besef van de noodzaak voor verandering door het coronavirus zo groot, dat prioriteiten verschuiven. En dat na deze pandemie de experts die voorheen tegen dovemansoren riepen, nu wel gehoord worden en we stappen ondernemen naar een wereld met een betere ecologische balans. Het tegengaan van grootschalige ontbossing ter bescherming van de biodiversiteit is er een van.