REISVERHALEN EN REPORTAGES

 
 
Op de Chaco-vlakte in Paraguay leven mennonieten een bestaan van hard werken en veel bidden. Maar een nieuwe snelweg en de komst van Latijns-Amerikaanse migranten hebben een einde gemaakt aan hun isolement. De jongeren omarmen de nieuwe mogelijkheden, de oudere generatie keurt de oprukkende moderne levensstijl af. 

Ver weg van de bewoonde wereld, op de ruige, hete Paraguayaanse Chaco-vlakte, bevindt zich de grootste kolonie van de mennonieten, Filadelfia. De enclave ligt op vierhonderd kilometer van de nationale hoofdstad Asunción en bestaat uit ongeveer achtduizend mensen. Het centrum van de kolonie wordt gevormd door een kruispunt van twee kurkdroge zandwegen. Rondom het kruispunt ligt een kerk en enkele eenvoudige huizen en een melkfabriek. Op het eerste gezicht lijkt de tijd te hebben stilgestaan. 

In dit dorre, afgelegen gedeelte van Paraguay bouwden godsvruchtige mennonieten, gevlucht uit Europa, vanaf het begin van de vorige eeuw uit het niets hun bestaan. Inmiddels verdienen zij een flinke boterham met de export van melkproducten. ‘Onze gemeenschap was altijd heel traditioneel en gesloten’, vertelt Reinhard Regehr, een montere dertiger. ‘We hadden geen televisie, radio en geen elektriciteit. Sociale controle was intensief. Ons isolement beschermde de gemeenschap tegen de verleidingen van drank en andere zonden, maar het kon ook erg verstikkend zijn. We zijn nog steeds een gesloten gemeenschap, toch dringt ook hier langzamerhand de moderne tijd binnen. We kunnen niet blijven volhouden dat we zonder de rest van de wereld verder kunnen.’ 

Mennonieten zijn volgelingen van de zestiende eeuwse Friese wederdoper Menno Simons. Simons vond dat de aanvaarding van het geloof een bewuste keuze is en dat de doop voorbehouden zou moeten zijn aan volwassenen. Mennonieten streven naar een goddelijk rijk op aarde, waarin iedereen gelijk is en men geen persoonlijke bezittingen heeft. Mennonietengemeenschappen kennen een strenge sociale controle. Afwijkend gedrag wordt niet geaccepteerd. Orde, gehoorzaamheid en geweldloosheid zijn de belangrijkste deugden. Het traditionele mennonietenleven bestaat uit hard werken, veel bidden en streven naar eenvoud en matigheid. Verleidingen zoals drank, mooie voorwerpen, modern comfort en soms ook muziek en dans zijn taboe. Binnen het gezin moet de man erop toezien dat deze leefregels in acht worden genomen. De gemeenschap wordt geleid door de predikant en ouderlingen.

De mennonieten kennen een lange, woelige geschiedenis. Zo leefde er rond 1535 een groep wederdopers in Amsterdam. Ze predikten nudisme als teken van ultieme gelijkheid. Toen zij daadwerkelijk in hun blootje hun ideeën verkondigden, werd dat het Amsterdamse stadsbestuur te gortig. In 1535 werd de groep ter dood veroordeeld wegens naaktloperij. Eeuwenlang zwierven mennonieten door Europa. In de negentiende eeuw leken ze een thuishaven leken te hebben gevonden in Rusland en Duitsland. Echter, door de Russische Revolutie, en later de Tweede Wereldoorlog, moesten zij opnieuw vluchten en weken ze uit naar de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Amerika. 
In 1921 gaf de regering van Paraguay enkele honderden Duitstalige wederdopers officieel toestemming om op de Chaco-vlakte kolonies te stichten. In de jaren dertig veertig volgden er nog enkele duizenden. Tegenwoordig wonen er ongeveer 12.500 mennonieten op de Gran Chaco. Volgens de menonnietenkrant MB Herald leven er in in Paraguay 30.000 gedoopte mennonieten, op een totale Paragauyaanse bevolking van 5,8 miljoen. 

In de jaren ’90, na de val van de vijfendertig jaar durende dictatuur van Alfredo Stroessner (1954-1989), wees de nieuwe democratische regering Filadelfia aan als hoofdstad van de regio Boquerón. Dit betekende het einde van de autonome positie en het zelfgekozen isolement van de mennonietengemeenschap. En nu sinds kort een goed begaanbare snelweg de kolonie verbindt met Asunción, lijkt het erop dat externe invloeden definitief niet meer buiten de deur zijn te houden. Tot afgrijzen van de oude generatie wint de moderne levensstijl in versneld tempo aan terrein. Zo zijn steeds meer mennonieten aangesloten op het elektriciteitsnet, hebben ze airconditioning, een televisie of een computer. Bovendien gaat een groeiend aantal jongeren studeren – niet alleen in Asunción, maar ook in Duitsland of Argentinië – en komt zo in aanraking met andere opvattingen. 
De meeste jongeren zien vooral de voordelen van de nieuwe openheid. Zo heeft  Jony Götz (24) vorig jaar samen met haar man het eerste internetcafé van Filadelfia geopend. ‘Veel oudere mensen weten helemaal niks van de wereld. Jongeren wel. Ik ben een tijd naar school gegaan bij mennonieten in Canada. Daar waren allemaal mensen uit andere culturen. Ik heb van hen geleerd dat je ook anders kunt denken. De mensen hier mogen wel eens wat toleranter zijn, maar de meesten weten niet beter. Dat moet en zal anders worden. Ik ben erg blij met de snelweg tussen Filadelfia en Asunción. Uitgaan is hier een zonde, dus als ik zin heb om te stappen, ga ik nu gewoon naar Asunción. Dan blijven we daar een weekendje slapen. De meeste mensen zullen wel afkeuren wat wij doen, maar ze denken maar wat ze willen.’

Door nieuwe mogelijkheden op het gebied van communicatie is een nieuwe generatie boeren en zakenlieden opgestaan. Mennoniet Reinhard Regehr is productiemanager bij de nieuwe, moderne melkfabriek van Filadelfia. Het bedrijf is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de grootste zuivelexportbedrijven van Paraguay. Ook Reinhard is gelukkig met de nieuwe koers. ‘Wist je dat niet-mennonieten vroeger strikt uit onze kolonies werden geweerd? Maar nu Filadelfia de regionale hoofdstad is, mogen de ouderlingen buitenstaanders niet meer de toegang weigeren. Ik ben daar erg blij mee. Argentijnse en Braziliaanse migranten zijn goede arbeiders. Bovendien brengen ze nieuwe ideeën in de gemeenschap. Dat geeft wat lucht. En doordat we nu beter contact hebben met de hoofdstad, hebben we een sterkere positie om te groeien; we exporteren nu immers ook naar het buitenland. Dat betekent dat we goed op de hoogte moeten zijn van wat er speelt. Ik wil internationaal blijven meetellen.’ 

Ondanks het contact met de moderniteit leven veruit de meeste mennonieten nog steeds strikt volgens de sobere leefregels van hun voorganger. Nog steeds is persoonlijke vrijheid ondergeschikt aan het autoritaire, kerkelijk gezag. In de kolonies in Noord- en Zuid-Amerika, zoals die in Paraguay, waren de mennonieten veel sterker op elkaar aangewezen dan in Europa. Omdat men elkaar nodig had om te overleven, telde het gezamenlijke belang zwaarder dan de wensen van een individu. Het geloof en de bijbehorende leefregels hebben daardoor een allesoverheersende rol in de gemeenschap gekregen. Omdat de meeste mennonieten hun religieuze wetten belangrijker achten dan die van de nationale overheid, houdt de gemeenschap zich, om conflicten te voorkomen, afzijdig van de wereldlijke macht. 

Ook de Paraguayaanse mennonieten hebben zich een eeuw lang zo ver mogelijk gehouden van de nationale politiek. Maar nu hun autonome positie door nieuwe ontwikkelingen wordt uitgehold, wordt het handhaven van deze situatie steeds moeilijker en, volgens een groeiend aantal mennonieten, ook minder wenselijk. 
Eind jaren negentig besloot predikant Heinz Ratzlaff zich verkiesbaar te stellen voor het nationale parlement van Paraguay. Zijn geloofsgenoten waren geschokt en belegden een spoedcongres om de regels voor wereldlijke en kerkelijke macht opnieuw vast te stellen. Na veel discussie stelden de ouderlingen dat het wel was toegestaan om via de kerk invloed uitoefenen op de politiek, maar dat het bekleden van een politiek ambt, lid zijn van een partij of het aanhangen van patriottisme of militant nationalisme absoluut verboden zijn. Het congres leidde tot een tweedeling. Ratzlaff en zijn gevolg gingen niet akkoord met het besluit en gingen door met hun campagne. Uiteindelijk werd Ratzlaff gekozen tot parlementslid. Zijn aanstelling was het begin van een nieuw, politiek, tijdperk, bij de mennonieten én in de Paraguyaanse politiek. 

Nu het isolement is doorbroken, groeit de invloed van de mennonieten gestaag. Onder andere, omdat president Nicanor Duarte Frutos, wiens vrouw mennoniet is, grote sympathie heeft voor de wederdopers. Ook onder de bevolking van Paraguay hebben mennonieten een goede reputatie. Omdat ze bekend staan als eerlijke, harde werkers, heeft President Frutos bij zijn aantreden in april 2003 ter ondersteuning van zijn anticorruptiebeleid verschillende mennonieten aangesteld op belangrijke posten. Zo zijn de minister van Financiën en zijn staatssecretaris beide mennoniet en afkomstig uit Filadelfia. 

De nieuwe machtspositie van de wederdopers haalt echter ook minder mooie elementen uit de gemeenschap naar boven. Neem zakenman Ronald Braun. In zijn vrije tijd zet Braun zich in voor een nieuwe orde. ‘De mensen in dit land, vooral de indianen, kunnen niet goed voor zichzelf zorgen’, betoogt Braun. ‘Ze hebben een goede leider nodig. Een blanke leider. Gelukkig heeft Paraguay nu ook een goede leider. Hij heeft zich omringd met mennonieten. Wij begrijpen tenminste wat leiderschap is; democratie werkt hier niet, het brengt alleen maar ellende, wanorde en corruptie. Ons land heeft een Hitler nodig.’ 
Hoewel mensen zoals Braun nauwelijks of geen gehoor vinden, herinnert hij wel aan een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de mennonieten. Gundolf Niebuhr, conservator van het historisch museum van Filadelfia, vertelt hoe mennonieten in de jaren dertig sympathie opvatten voor fascistische ideeën. ‘Getraumatiseerd door de gruwelen van de Russische Revolutie koesterden de Russische vluchtelingen in die tijd een diep wantrouwen tegen het communisme. Ze waren daardoor vatbaar voor het anticommunistische Duitse nationaal-socialisme’, legt Niebuhr uit. ‘Bovendien vond men het idee dat een sterke man orde op zaken zou stellen, erg aantrekkelijk. Vergeet niet dat de mennonieten een lange geschiedenis hebben van vervolging. De migranten kwamen hiernaartoe om een nieuw leven op te bouwen, in alle rust en orde. Mennonieten hechten over het algemeen meer aan hiërarchie en gehoorzaamheid dan aan democratische of socialistische principes.’

Door een speling van het lot waren de Russische migranten niet de enigen op de vlakte van Chaco met nazi-sympathieën. Al eerder kwamen de zus van filosoof Nietzsche, Elisabeth Forster-Nietzsche, en haar man Bernhard Forster in 1887 naar Paraguay om er de Arische experimentele kolonie Nueva Germania te stichten. Tropische ziekten, extreme hitte en te weinig kennis van het land brachten de utopisten echter voornamelijk ellende. In 1889 pleegde Bernhard zelfmoord en drie jaar later keerde Elisabeth terug naar Duitsland. 
Het experiment was een totale mislukking. In een treurig isolement worstelden de overblijvers met de erfenis: eenzaamheid, inteelt en armoede. Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond er contact met de mennonieten. Hoewel er vriendschappelijke banden ontstonden met vooral de rechts georiënteerde mennonieten, was er van een opleving van nazi-sympathieën geen sprake; overleven stond voorop. Bovendien was na de Tweede Wereldoorlog de afkeer van de mennonieten in Paraguay jegens hun fascistische geloofsgenoten zo groot dat die opstelling tot een fel conflict leidde, waarna de ergste oproerkraaiers werden verdreven. Over het algemeen zijn de fascisten uit het gezichtsveld verdwenen, maar hun ideeën steken bij mennonieten als Ronald Braun in tijden van verandering, en dus onrust, toch weer de kop op. Veel invloed hebben de rechtse mennonieten niet, want president Frutos en zijn mennonietische raadgevers hebben weinig met hen op. 

De invloed van het wederdoopse gedachtengoed zet door. President Frutos wordt steeds vaker gesignaleerd in de kerk van de mennonieten en recentelijk kwam naar buiten dat Frutos, geïnspireerd door de antimilitaristische overtuigingen van mennonieten, lang heeft getwijfeld of hij militairen naar Irak zou uitzenden ter ondersteuning van de Amerikanen. De verklaring voor zijn aarzelingen ligt voor de hand: mennonieten hebben een lange traditie van dienstweigering, en geweldloosheid is bijna een nog belangrijker waarde dan gehoorzaamheid. 

Ondanks deze ontwikkelingen zien de traditionele mennonieten in Filadelfia de toekomst somber in. Zo ook de hoofdonderwijzer Hans Dürksen. De vijftiger heeft moeite met de nieuwe openheid, die in eerste instantie was opgelegd door de nationale politiek, maar nu steeds meer wordt omarmd door ambitieuze geloofsgenoten. En nu er een groeiend aantal Latijns-Amerikanen en inheemsen in de kolonie gaan wonen, lijkt het slechts een kwestie van tijd totdat de mennonieten worden overstemd. Ouderlingen zoals hij vrezen dat ze hun grip op de gemeenschap kwijt zullen raken.   
Dürksen: ‘Alles verandert. Nu we het in eigen kring niet meer voor het zeggen hebben, worden we overspoeld met onzuivere dingen. De migranten met hun moderne levensstijl kunnen we niet meer tegenhouden. Alles zal veranderen door de politiek. Wist je dat er hier in Chaco intussen meer indianen dan mennonieten wonen? Als de indianen gaan stemmen, verliezen we onze invloed in de regio. De huidige gouverneur is een mennoniet, maar wie zegt dat we bij de volgende verkiezingen weer een mennoniet krijgen? De indianen stemmen met hun portemonnee, het wordt een corrupte boel. We mogen nu in de nationale politiek wel invloed hebben, maar vasthouden aan onze leefregels wordt steeds moeilijker, helemaal als we in onze eigen kolonies een minderheid zijn. Dat kan het einde zijn van onze cultuur en tradities.’

Mennonieten doorbreken zelfgekozen isolement

Een nieuwe macht in Paraguay

Onze Wereld

september 2004