REISVERHALEN EN REPORTAGES

 
 
Zon, zee, parelwitte stranden en een bruisend uitgaansleven trekken jaarlijks drommen toeristen naar Salvador de Bahia in het noordoosten van Brazilië. Wie wil kan ook een wat donkerder kant leren kennen: candomblé, de Baziliaanse voodoo.

Die avond brengen Roberto en Eduardo me naar een tempel in een buitenwijk van Salvador. Eduardo weigert een voet in de tempel te zetten en waarschuwt me: 'Kijk je wel uit? Dit is zwarte magie, je kunt er het beste zo ver mogelijk vandaan blijven. Ik kan het weten, mijn familie doet aan candomblé, mijn tante is zelfs een priesteres. Je moet er niet mee sollen, het zijn duivelse krachten. Het zal je ongeluk worden.'

Ik had natuurlijk kunnen kiezen voor een excursie met een van de
toeristenbureaus die de Braziliaanse voodoo hebben ontdekt als lucratieve handel. Maar dankzij Roberto, een student kunstgeschiedenis die ik via een kennis heb leren kennen, hoop ik de commerciële tempels te vermijden. Roberto is geboren in Salvador en hij is opgegroeid met de cultus. Naast 166 katholieke kerken telt Salvador namelijk ook zo'n duizend tempels voor candomblé. Hoewel Roberto er niet in gelooft, heeft hij me meegenomen naar een dienst in zijn wijk. Hij stelt me voor aan de mae (priesters) Aise, een grote vriendelijke zwarte vrouw. Ze omhelst me en neemt me aan de hand mee naar binnen. Chauffeur Eduardo blijft buiten.

De tempel ziet eruit als een wit geschilderde huiskamer met in het midden een dansvloer. Ik zit naast twee jongens, die zachtjes op hun drums roffelen. Dan komt er toch een groep toeristen onder begeleiding van een gids van een toeristenbureau de tempel binnen. De gewone tempelgangers houden zich afzijdig van de toeristen. Iedereen is in het wit gekleed. De sfeer is ongemakkelijk en gespannen. Tempelbedienden nemen hun tijd om de ruimte klaar te maken voor de ceremonie. Geurige takken en bloemblaadjes worden zorgvuldig op de grond gestrooid. Kaarsen en wierook branden in de hoeken. Na anderhalf uur komt mae Aise de dansruimte binnen. Ze loopt rond, controleert de kaarsen en neemt iedere gelovige even apart om een kort praatje te maken. Dan neemt ze plaats op haar zetel en kan de dienst beginnen.

Candomblé is het hart van de Afro-Braziliaanse cultuur en was daarom
lange tijd verboden. Onder de Portugese heerschappij moesten alle slaven zich bekeren tot het christendom en werden Afrikaanse rituelen verboden. Maar achter een masker van katholicisme werden de Afrikaanse overtuigingen levend gehouden. Er ontstond een nieuwe cultus, een mix van katholieke en Afrikaanse rituelen en overtuigingen. Candomblé heeft één oppergod, Olorun. De lagere goden, orixas, staan dichter bij de gelovigen en kunnen worden aangewend om goed te doen, maar ook om kwaad te doen. Door dat laatste is de cultus omstreden en keert een groeiende groep christelijke Brazilianen zich er tegenwoordig van af. Toch worden in zo'n duizend tempels, verstopt in vaak onveilige krottenwijken, de candomblé-ceremonies nog volop in ere gehouden.

In de tempel van mae Aise beginnen de muzikanten te spelen. Opzwepende drums vullen de broeierige ruimte. Een enkeling begint te zingen, een ander klapt aarzelend mee. Tempelbediendes nemen plaats naast de mae en na veel heen en weer gefluister beginnen de eerste mediums te dansen. Aangemoedigd door gezang dansen ze urenlang wat plichtmatige rondjes voor de rij toeristen.
Het is de bedoeling dat de mediums in een trance raken, zodat de goden in hen kunnen neerdalen. Ze mompelen onverstaanbaar en zegenen elkaar. Het duurt erg lang en de hitte is bijna ondraaglijk. Een van de toeristen, een Frans meisje, valt flauw en wordt afgedragen. In een onopvallende hoek van de tempel rekent de gids af met een tempelbediende en sommeert de groep naar de uitgang.

Nadat de groep toeristen is vertrokken, ver na middernacht, verandert de sfeer en begint het pas echt. De bewegingen worden heftiger, de drums luider en de ruimte stroomt vol met nieuw publiek. Buren, familie en gelovigen nemen de plaats in van de toeristen en moedigen de mediums aan met luid gezang en geklap. Ongemerkt hebben enkele dansers zich teruggetrokken en ze komen nu weer tevoorschijn in nieuwe kleding. Ze zijn uitgedost in prachtige gekleurde kostuums en dragen allerlei attributen, zoals goudkleurige hoofd- en armbanden. Ze lijken in een nog diepere trance, ze zijn één met hun orixa. De goden zijn te herkennen door de manier waarop ze zich manifesteren in de dansers. Ieder medium reageert anders, de een slaakt onverstaanbare kreten, de ander botst tegen de mensen en omhelst ze. De gelovigen herkennen de goden en vragen om zegeningen. Een voluptueuze, zwetende danseres deint in mijn richting en gaat tegenover me staan. Ze heeft een enge blik en kijkt me strak aan. Ik huiver, maar ben blij als ze me daarna omhelst. Dan zie ik hoe een medium met een extatische blik schokkende bewegingen maakt. Ze valt in zwijm. De mae grijpt in. Ze kalmeert de dansers en maakt een einde aan de gezamenlijke ontlading.

Als het wat rustiger is geworden, vertelt mae Aise, dat ze blij is met de
belangstelling van de toeristen. ‘Op deze manier kunnen we in ieder
geval nog een beetje geld verdienen. Dat hebben we nodig om onze rituelen goed uit te voeren. Je hebt de kleren van de mediums gezien, dat is niet goedkoop. Uit respect voor de goden moeten we elke keer weer nieuwe kostuums dragen.'
Ze zucht. ‘Een paar jaar geleden hadden we helemaal geen geld, dat was erg moeilijk. We hebben allerlei betaalde diensten, dat is deel van onze traditie. Ik roep bijvoorbeeld goden op om wensen te vervullen en ik kan de toekomst voorspellen. Maar de mensen zijn arm, we verdienen er niet zo veel aan. Dat er voor rituelen betaald wordt, betekent niet dat het niet echt is. De krachten doen gewoon hun werk.’
Voordat ze weggaat neemt mae Aise me apart en zegt: ‘Wat je hebt meegemaakt is echt. Toerist of geen toerist, de goden trekken zich nergens wat van aan. Ze komen en gaan wanneer ze willen.’

Dansen voor de goden

Voodoo in Braziliaans Bahia

Cultus en toeristentrekker

AD Reizen

juli 2004